De belangrijkste punten (nr. 1 t/m 7) staan hieronder vermeld. De overige huurvoorwaarden staan bij algemene voorwaarden vermeld. Wij vragen u voor vertrek deze voorwaarden door te lezen en te ondertekenen.

1.  Het afgesproken vaargebied zijn de Westeinderplassen en Oosteinderpoel. Binnen dit vaargebied krijgt u volledige hulpverlening, mochten er zich problemen voor doen. Vaart u richting Braasemmermeer of de Kaag dan is de hulpverlening uitsluitend telefonisch mogelijk. Moeten wij u toch te hulp schieten, dan reken wij daar een bedrag van € 50,- per uur aan onkosten vergoeding voor.

2. Door het ontbreken van de juiste vergunningen is het NIET toegestaan om naar en in AMSTERDAM te varen. Mocht u toch zonder onze goedkeuring naar Amsterdam varen, dan zullen wij de eventuele ontstane schade aan de boot, in zijn geheel op u verhalen.

3. Bij overdracht van het vaartuig is huurder aan de verhuurder voornoemde waarborgsom verschuldigd plus de huur van het vaartuig.
De waarborgsom wordt door de verhuurder bij het terugbrengen van het vaartuig aan de huurder gerestitueerd onder aftrek van al hetgeen de huurder uit hoofde van deze overeenkomst aan de verhuurder nog verschuldigd zal zijn.

4. Door ondertekening van deze overeenkomst is de huurder gehouden om omgaand de aanbetaling van 100% van de overeengekomen totale huursom te voldoen.

5. Op deze overeenkomst zijn geen andere voorwaarden van toepassing dan de hier aan ommezijde dezes vermelde algemene voorwaarden huur en verhuur pleziervaartuigen.

6. Boetes zijn voor eigen rekening.

7. Alcohol en varen gaat niet samen. Het is daarom niet toegestaan dat de schipper alcohol drinkt.

ALGEMENE VOORWAARDEN HUUR EN VERHUUR PLEZIERVAARTUIGEN

 

HOOFDSTUK I – DEFINITIES

ARTIKEL 1

 

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

a. de verhuurder: die goederen tegen betaling aan derde verhuurt;

b. de huurder: hij (natuurlijk persoon) die, niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf (consument) tegen betaling (register-)goederen van derden in gebruik heeft;

c. de huurovereenkomst: de overeenkomst waarbij de verhuurder zich verbindt om de huurder tegen betaling een vaartuig zonbemanning in gebruik te geven;

d. de geschillencommissie: de Geschillencommissie Waterrecreatie te ‘s-Gravenhage.

 

HOOFDSTUK II – DE VERPLICHTINGEN VAN DE VERHUURDER

ARTIKEL 2

 

1. Bij de aanvang van de huurperiode draagt de verhuurder het vaartuig over aan de huurder. De verhuurder draagt er zorg voor dat het vaartuig in goede staat verkeert, dat het kan dienen voor het gebruik waarvoor het bestemd is en dat het is voorzien van een voor het overeengekomen vaargebied deugdelijk veilig

2. De verhuurder is verplicht het vaartuig ten behoeve van de huurder te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid, en diefstal voor de vaart in het tussen verhuurder en huurder overeengekomen vaargebied. Het overeengekomen vaargebied is de Westeinderplassen en de Oosteinderpoel. Het is de huurder toegestaan om buiten het overeengekomen vaargebied te varen, echter is dit op eigen risico van de huurder. Schade die buiten het overeengekomen vaargebied ontstaan is, wordt volledig verhaalt op de huurder.
HOOFDSTUK III – DE VERPLICHTINGEN VAN DE HUURDER

ARTIKEL 3

De huurder is verplicht de inventaris vermeld op de door de veraan de huurder ter hand te stellen inventarislijst en de bij het vaartuig voor het betreffende vaargebied behorende feite controleren op aanwezigheid.

Indien de zich aan boord bevindende inventaris niet overeenstemt met de inventaris vermeld op de inventarislijst dan wel in geval de veiligheidsuitrusting onvolledig of ondeugdelijk is, dient de huurder hiervan, voor afvaart, de verhuurder in kennis te stellen.

ARTIKEL 4

Voor de afvaart dienen partijen de conditielijst voor akkoord af te tekenen.
De verhuurder stelt een afschrift van de afgetekende conditie aan de huurder ter hand.

ARTIKEL 5

De huurder gebruikt het vaartuig als een goed huisvader en goed schipper en overeenkomstig de bestemming.
De huurder mag geen veranderingen in het vaartuig aanbrengen. De huurder mag het vaartuig niet in gebruik afstaan zonder schriftelijke toe van de verhuurder.

ARTIKEL 6

Aan het einde van de huurperiode draagt de huurder het vaartuig over aan de verhuurder op de overeengekomen tijd en plaats en in dezelfde staat als waarin hij het ontvangen heeft.

ARTIKEL 7

De kosten die direct verband houden met het gebruik van het vaartuig, zoals haven-, brug-, kade-, sluis- en liggelden, zijn voor rekening van de huurder.

ARTIKEL 8

1. De huurder moet schade van welke aard dan ook, dan wel feiten en/of omstandigheden die redelijkerwijs tot schade kunnen leiden, zo spoedig mogelijk aan de verhuurder mededelen.

De huurder moet zich houden aan de aanwijzingen van de verhuurder tot behoud van het vaartuig en tot behoud van de rechten van de verhuurder.

2. Niet-nakoming van het bepaalde in lid 1 kan voor de huurder leiden tot volledige aansprakelijkheid voor schade en kosten.

HOOFDSTUK IV – DE AANSPRAKELIJKHEID

ARTIKEL 9

1. De huurder is aansprakelijk voor schade en/of verlies van het vaartuig, voor zover niet gedekt door de verzekering, gedurende de tijd dat hij het vaartuig onder zich heeft. De huurder is niet aansprakelijk indien hij kan aantonen dat de schade en/of het verlies niet door hem of door één van zijn medeopvarenden is veroorzaakt, dan wel niet aan hem en/of de zijnen is toe te rekenen. Onder schade wordt tevens verstaan gevolgschade.

2. De huurder is volledig aansprakelijk voor de door hem veroorzaakte (gevolg) schade welke niet is verzekerd op grond van de in artikel 1 bedoelde verzekering in geval hij het vaartuig gebruikt in het niet tussen hem en de verhuurder overeengekomen vaargebied.

HOOFDSTUK V – IN VERZUIM ZIJN EN WANPRESTATIE

ARTIKEL 10

Indien de verhuurder zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst niet nakomt, kan de huurder de huurovereenkomst zonder tussenkomst van de rechter als ontbonden beschouwd. De verhuurder moet dan onmiddellijk alle reeds betaalde bedragen terug betalen.

De huurder heeft tevens aanspraak op vergoeding van eventuele door hem geleden schade, tenzij de tekortkoming aan de zijde van de verhuurder laatstgenoemde niet kan worden toegerekend.

Het bovenstaande geldt niet als door de verhuurder een voor beide partijen redelijk alternatief wordt geboden.

ARTIKEL 11

1. Indien het vaartuig later dan het afgesproken tijdstip op de overeengekomen plaats wordt overgedragen, heeft de verhuurder recht op een evenredige vermeerdering van de huursom en op vergoeding van verdere (gevolg-) schade, tenzij de verlate teruggave niet aan de huurder kan worden toegerekend.

2. Indien het vaartuig door de huurder niet in dezelfde staat als waarin hij het heeft ontvangen wordt overgedragen, dan wel indien hij niet heeft gehandeld conform artikel 9 van deze voorwaarden, is de verhuurder gerechtigd op kosten van de huurder het vaartuig in de staat te herstellen als waarin het zich bij aanvang van de huurperiode bevond. Dit laatste geldt niet wanneer bedoelde kosten door de verzekering zijn afgedekt.

ARTIKEL 12 

1. Indien de huurder de verschuldigde opeisbare huur niet vol dan wel zijn verplichtingen ingevolge de huurovereenkomst niet nakomt gerekend vanaf de datum dat de verhuurder hem terzake schriftelijk in gebreke heeft gesteld, wordt hij geacht van rechtswege in verzuim te zijn. De verhuurder kan dan zonder tussenkomst van de rechter de huurovereenkomst voor ontbonden houden en het vaartuig onmiddellijk tot zich nemen.

2. Ingeval de huurder met betaling in verzuim is, is de verhuurgerechtigd een wettelijke rente plus 3% op jaarbasis over het verschuldigde bedrag aan de huurder in rekening te brengen. Deze rente wordt berekend vanaf de vervaldag, waarbij een gedeelte van een maand voor een hele maand wordt gerekend. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voorwaarden.

3. Indien één van de partijen wordt genoodzaakt om rechtsbijstand in te roepen in verband met een geschil dat betrekking heeft op de tussen hen gesloten huurovereenkomst, is de in verzuim zijnde partij dan wel de in het ongelijk gestelde partij (tevens) de aan de rechtsbijstand verbonden kosten verschuldigd. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van het door de ene partij aan de andere partij verschuldigd bedrag met een minimum van € 115,00, te vermeerderen met de werkelijk gemaakte verschotten, tenzij de wederpartij bedingt dat met een lager minimum had kunnen worden volstaan. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voor

HOOFDSTUK VI – ANNULERING EN RECLAME

ARTIKEL 13

1. Indien de huurder de huurovereenkomst wil annuleren, moet hij de verhuurder zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk in kennis stellen. In geval van annulering is de huurder aan de verhuurder een gefixeerde schadeloosstelling verschuldigd te hoogte van
– 15% van de overeengekomen huursom in geval van annulering tot drie maanden vóór de aanvang van de huurperiode;
– 50% van de overeengekomen huursom in geval van annulering tot twee maanden vóór de aanvang van de huurperiode;
– 75% van de overeengekomen huursom in geval van annulering tot één maand vóór de aanvang van de huurperiode;
– 100% van de overeengekomen huursom in geval van annulering binnen één maand vóór de aanvang van de huurperiode dan wel op de ingangsdatum van de huurperiode, alle voornoemde schadeloosstellingbedragen met een minimum van € 68,00.

2. In geval van annulering door de huurder kan hij de verhuurder om in de plaatsstelling van een derde verzoeken. In het geval vorenbedoelde derde voor de verhuurder acceptais, is de huurder slechts 10% van de overeengekomen huur met een minimum van € 45,00 en een maximum van € 115,00 verschuldigd.

ARTIKEL 14

Klachten over de uitvoering van de huurovereenkomst dienen, bij voorkeur schriftelijk en behoorlijk omschreven en toegelicht, binnen bekwame tijd nadat de huurder de klacht heeft geconstateerd of heeft kunnen constateren, ter kennis te worden gebracht van de verhuurder.

HOOFDSTUK VII – GESCHILLEN: DE GESCHILLENCOMMISSIE EN DE GEWONE RECHTER

ARTIKEL 15

1. Op alle geschillen met betrekking tot de huurovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Uitsluitend een Nederlands rechtscollege dan wel de hierna te noemen geschillen is bevoegd van deze geschillen kennis te nemen.

2. Geschillen tussen de huurder en de verhuurder over de totof uitvoering van de huurovereenkomst deze voorwaarden van toepassing zijn, kunnen zowel door de huurder als door de verhuurder worden voorgelegd aan de Geschillen commissie Waterrecreatie, Postbus 90600, 2509 LP GJ ‘s-Gravenhage

3. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in be genomen, indien de huurder zijn klacht eerst binnen bekwame tijd aan de verhuurder heeft voorgelegd.

4. De huurder moet het geschil uiterlijk drie maanden nadat hij zijn klacht aan de verhuurder heeft voorgelegd schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig maken onder vermelding van namen en adressen van de huurder en van de verhuurder en een duidelijke omvang het geschil en de eis.

Wanneer de huurder het geschil aan de geschillencommissie heeft voorgelegd, is de verhuurder aan deze keuze gebonden en staat hem terzake geen beroep op de gewone rechter meer open.

5. De geschillencommissie is niet bevoegd een geschil in behandeling te nemen dat uitsluitend betrekking heeft op de niet-betaling van een factuur en waaraan geen materiële klacht ten grondslag ligt. Ingeval de huurder zijn factuur niet tijdig betaalt, is de verhuurder bevoegd een procedure bij de gewone rechter aan te maken, mits de verhuurder vóór de aanvang van de procedure de huurder een termijn van één maand na ontvangst van de aanmaning heeft gegeven om het geschil aan de geschil voor te leggen.

6. Indien de verhuurder een geschil voorlegt aan de geschillen neemt de geschillencommissie dit geschil pas in behandeling nadat de huurder binnen een maand schriftelijk heeft verklaard dat hij zich aan de uitspraak van de geschil commissie zal tonen het eventueel verschuldigde (restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot heeft gestort.

7. Indien de huurder een geschil voorlegt aan de geschillencommissie neemt de geschillencommissie dit geschil pas in nadat de huurder het aan de verhuurder eventueel verschuldigde (restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot heeft gestort. De huurder moet dit bedrag binnen een maand op een door de geschillencommissie aan te geven rekening storten. Ingeval de huurder bedoeld depot niet tijdig heeft gestort, wordt aangenomen dat hij zich niet aan het oordeel van de geschillen wil onderwerpen.

8. De geschillencommissie doet uitspraak bij vanwege van bindend advies. Sloepverhuur Aalsmeer staat ten opzichte van de huurder borg voor nakoming van het door de geschillencommissie uitgebrachte bindende advies. Voor deze borgstelling geldt een maximum van € 14.000,00 (inclusief BTW) per bindend advies.

Ingeval van faillissement, surséance van betaling of beëindiging van de verhuurder geldt de borgstelling alleen als de huurder het geschil bij de geschillencommissie aanhangig heeft gemaakt vóórdat van een dergelijke situatie sprake is. Voornoemde borgstelling geldt niet in geval de verhuurder het bindend advies binnen twee maanden na de toe ervan ter toetsing aan de rechter voorlegt en het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in kracht van gewijsde is gegaan. De geschillencommissie neemt slechts een geschil in behandeindien met het geschil een bedrag van niet meer dan € 14.000,00 (inclusief BTW) is gemoeid.

9. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding ver

10.In geval het geschil aan de gewordt voor is arti11 lid 2 en 3 niet van toepassing

11.Voor de behandeling van geschillen wordt verwezen naar het Reglement Geschillencommissie Waterrecreatie.

 

HOOFDSTUK VIII – AFWIJKINGEN EN WIJZIGINGEN VAN DE VOORWAARDEN

ARTIKEL 16
Individuele afwijkingen, waaronder begrepen aanvullingen dan wel uitbreidingen, van deze algemene voorwaarden moeten schriftelijk worden vastgelegd.
ARTIKEL 17
Deze voorwaarden kunnen zijn vertaald vanuit de Nederlandse taal in een vreemde taal. In geval van mogelijke verschillen in de teksten, die het gevolg van deze vertaling zijn, prevaleert de Nederlandse tekst.